Locaties zijn in Warehouse Online ingedeeld in magazijngebieden. Deze kunnen ook genest zijn. Een logische structuur van magazijngebieden zorgt er voor dat je in het locatiescherm de locaties gemakkelijker kunt vinden door in te zoomen in het juiste magazijn gebied.
Magazijngebieden worden automatisch toegevoegd als je locaties importeert met Excel.
Belangrijke aandachtspunt bij het indelen van locaties in magazijngebieden is dat alle locaties in een magazijngebied dezelfde eigenschappen van het betreffende gebied delen. Door het verplaatsen van een locatie naar een ander gebied, veranderen dus ook de eigenschappen!
Eigenschappen die relevant zijn:
-
Type van locaties in het magazijngebied. Het type van de locaties kan relevant zijn bij inruimadvies, orderpicken, aanvullen, etc.. Mogelijke waarden zijn:
- R = Reception (ontvangstlocaties)
- P = Pick (picklocaties)
- B = Bulk (bulklocaties) - Bij het instellen van aanvulstrategieën wordt verplaatst van bulk naar pick
- T = Transit (inpaklocaties/verzendlocaties)
- M = Manufacturing (productielocaties)
- N = Neutral (neutrale locaties)
-
Toegang volgorde op de locatie. Mogelijke waarden zijn:
- RAN - Deze waarden wordt default toegekend als er geen restricties zijn voor de volgorde waarin de voorraad benaderd kan worden op een locatie
- LIFO - last-in-first-out. Dit zijn bijvoorbeeld inrijstellingen
- FIFO - first-in-first-out. Dit zijn bijvoorbeeld doorrolstellingen
- Afmetingen Als afmetingen van de locaties relevant zijn, bijvoorbeeld voor inruimadvies, dan is het belangrijk om alle locaties met dezelfde afmeting bij elkaar te groeperen. De eenheid waarin hoogte, diepte en breedte wordt vastgelegd is in cm
- Check interval Als een cycle count met automatisch advies wordt ingericht, wordt met dit kenmerk vastgelegd na hoeveel dagen deze locaties weer geteld moeten worden
- Hoogte bevestigen (ja/nee) Als dit kenmerk op ja staat, dan zal in professionele handterminalfuncties waar een locatie gescand wordt uit deze groep ook gevraagd worden om de hoogte op te geven. Dit kan gebruikt worden om in een hoog magazijn met slechts 1 barcode label per kolom te kunnen werken of - als er wel voor elk niveau een aparte barcode label aanwezig is - te controleren of het juiste label is gescand
- Productgebonden (ja/nee) Als dit kenmerk op ja staat mag er op de locaties in deze groep maximaal één product opgeslagen worden