
In het gedeelte van het magazijn waar het orderpicken wordt uitgevoerd, dient voldoende voorraad aanwezig te zijn om de orders te kunnen uitvoeren. Het verplaatsen van voorraad van de bulklocaties naar de picklocaties wordt ook wel ‘internal replenishment’ genoemd of kortweg: ‘replenishment’ (aanvullen). Picklocaties zijn alle locaties van waar rechtstreeks gepickt wordt. Bulklocaties zijn de hoger gelegen locaties of locaties in een ander deel van het magazijn van waar niet rechtstreeks gepickt kan worden.
Diverse strategieën zijn mogelijk. Enkele voorbeelden zijn:
-
Voorraad wordt rechtstreeks uit de bulk gehaald tijdens het orderpicken (zoals met hele pallets of grote objecten). Voor deze artikelen is geen replenishment nodig. Er hoeven voor deze artikelen ook geen picklocaties gedefinieerd te worden.
-
Voorraad is in principe aanwezig op een vaste picklocatie, maar soms zijn er grote hoeveelheden nodig die niet passen in die picklocatie. Tijdens replenishment wordt herkend dat er in de pickopdrachten meer voorraad gevraagd wordt dan er op de picklocatie geplaatst kan worden. Op een extra picklocatie (of meerdere) wordt voldoende voorraad geplaatst voor de totale gevraagde hoeveelheid voor alle pickopdrachten op peil te brengen.
-
Er zijn voor bepaalde artikelen geen vaste picklocaties. Dagelijks wordt gekeken of er voor die artikelen voorraad gevraagd wordt. Op een tijdelijke picklocatie (of meerdere) wordt voldoende voorraad geplaatst voor alle pickopdrachten. Dit wordt ook wel een pickplein genoemd.
-
Er is sprake van een pickplein, maar orderpickers moeten zelf zorgen voor het aanvullen van het pickplein en worden dus tijdens het orderpicken naar een bulklocatie gestuurd zodra de picklocatie leeg is.
Bij het beschrijven van het replenishment proces, wordt de volgende indeling gemaakt.
-
Voor welke artikelen moet er voorraad aangevuld worden.
-
Voor welke artikelen is dat het meest urgent
-
Hoeveel voorraad moet er aangevuld worden.
-
Hoe worden de geplande verplaatsingen uitgevoerd
Stap a t/m c worden ondergebracht in een achtergrondproces. Deze wordt met een vaste frequentie uitgevoerd en levert een geplande verplaatsing TRANSFER_ORDER per artikel op.
De volgende parameters in REPLENISHMENT_STRATEGY hebben invloed op het resultaat:
-
Replenishment type – Bepaalt waarop de replenishment is gebaseerd:
-
Op de eigenschappen van de pick locaties of
-
Op openstaande orders.
-
-
Replenishment warehouse – Het magazijn waarvoor de replenishment wordt uitgevoerd (waar de picklocaties zijn)
-
Order transaction type – Alleen relevant bij replenishment type 2. Indien ingevuld replenishment alleen voor de pickregels bij de relevante orderserie, anders alle orderseries.
-
Replenishment transaction type – Het transactie type dat wordt vastgelegd bij de verplaatsingen die worden berekend. Verschillende verplaatsopdrachten kunnen zo toegewezen worden aan verschillende heftruckchauffeurs.
-
Replenishment frequency – Frequentie waarmee berekening wordt herhaald (bijvoorbeeld iedere 10 minuten opnieuw berekenen).
-
Replenishment horizon – Alleen relevant bij replenishment type = 2. Dit bepaalt hoeveel uur vooruit gekeken wordt bij het beoordelen van pickregels die klaar staan.
-
Maximum urgency – Maximale urgentie waarvoor nog een aanvulling berekend moet worden. In paragraaf 4.3 is beschreven hoe de urgentie wordt bepaald.
-
Type of replenishment – Bepaald welke voorraad het eerst verplaatst wordt
-
FIFO on expiration date;
-
FIFO on entry date
-